Meer Geschiedenis

Bij het schrijven van de geschiedenis van de huidige slachterij moeten we beginnen bij de grondlegger Wytse J. van der Meer. Hij werd als oudste zoon van een kleine gardenier geboren in Bayum, een dorpje ten zuiden van Dronrijp in Friesland. Daar doorliep hij de lagere school. Reeds als jongen interesseerde hem de handel. De tijd die hij overhad besteedde hij dan ook aan het handelen, met name in pluimvee, kleinvee, paardehaar, wol en vellen. Het was in die tijd wel eens moeilijk om vrij te krijgen voor een bezoek aan de weekmarkten in Sneek en Leeuwarden, omdat het werk op de boerderij altijd voorrang had.

In 1932 trouwde Wytse met Catharina Buwalda, een dochter van een boerenarbeider. Zij vestigden zich eerst in Bayum. Van hieruit werd gehandeld op zijn eerste vervoermiddel, een transportfiets met meerdere manden. In december 1934 heeft Wytse voor fl. 2.820,= het pand waar de slachterij nu is gevestigd gekocht. Bij dit pand waren enige hokken, die nuttig besteed konden worden. Naast uitbreiding van de handel breidde het gezin Van der Meer ook uit in het nieuwe onderkomen. In totaal 4 dochters en 9 zonen zagen het levenslicht.

                    

Wytse van der Meer       Catharina van der Meer – Buwalda
(1907-1979)                                    (1909-1969)

In de oorlogsjaren was de handel gevaarlijk, mede doordat Wytse van der Meer zeer actief was in het verzet. In die tijd werd ook de markt in Purmerend bezocht, voor het inkopen van slachtkuikens. Dit gaf regelmatig bonje op de afsluitdijk met de bezetters. Uiteindelijk werd hij voor zijn verzet gearresteerd en op transport naar Assen gezet. Gelukkig wist hij te ontsnappen en terug te keren naar Dronrijp. Hij slaagde er toch in om het jonge gezin in die moeilijke tijd groot te brengen.

     

                       Slachterij omstreeks 1935
                
          Transportfiets, het vervoersmiddel in 1934
Na de oorlog werden kippen panklaar gemaakt voor export naar Engeland. In die tijd is ook het merk W.M.D. ontstaan: Wytse van der Meer uit Dronrijp. Net na de oorlog werden er ook kuikens gemest voornamelijk voor Bekebrede in Barneveld.In 1947 brak de vogelpest uit en lag de handel en slacht volledig stil. In die tijd werd het woonhuis verbouwd door het vaste personeel. In 1949 werd het slachten van kippen en kuikens weer opgepakt. Het slachten van kippen werd door het personeel voor 15 cent per kip aangenomen. In deze tijd zijn de oudste zonen ook met het slachten begonnen. Ze hielpen het personeel met nastoppelen voor 2 cent per kip. Tijdens de kerstdagen werden er ook veel konijnen geslacht. De slachterij werd voor het eerst uitgebreid tot een ruimte van 7 x 5 meter, waar het hele slachten plaatsvond. Kippen werden toen gekocht op de weekmarkt in Leeuwarden en Groningen, maar ook bij boeren rechtstreeks. Een boer met 150 kippen was toen een hele grote. 150 kippen betekende een volledige dag slachten. Transport gebeurde met een gehuurde auto.In 1954 werd de eerst auto aangeschaft. Jan en Johannes, de 2 oudste zonen hielpen al volledig mee. Toen werden de eerste machines aangeschaft zoals een plukmachine. De slachtcapaciteit werd uitgebreid. Geslacht werd er desnoods tot middernacht op dinsdag en vrijdag.
                  
Handmatig stoppelen van kippen aan tafel, tevens de kantine-tafel.
                  
 Semi-automatische broeibak en op de achtergrond doder/bloedgoot.
                  
 Opslag panklare kippen op houten rekken in ongekoelde bergruimte.

Eind vijftiger jaren was de slachterij weer te klein. Na een uitbreiding werd er ook al enige vorm van lopende bandwerk verricht. Om sneller te kunnen slachten en voor minder beschadigingen werden voor het stoppelen de kippen al aan haken aan de zolder gehangen. De kippen werden ontdarmd en droog geslacht. Nadat de kippen waren voorzien van een kopwikkel, een handig vrouwenklusje, werden de kippen in houten kratten iedere zaterdag naar Barneveld vervoerd.In 1960 werd de slachterij voor de derde maal uitgebreid tot een betegelde ruimte van 13 x 6 meter. Er werd ook de eerste automatische slachtlijn gekocht. Met een investering van destijds fl. 35.000,= een hele rib uit het lijf. De produktie was toen circa 1.000 kippen per dag, nog steeds alleen ontdaan van darmen.In 1961 kwamen Jan en Johannes van der Meer als firmant in de zaak.In 1963 kwam er een verordening dat kippen panklaar gemaakt moesten worden. De slachterij was alweer te klein. Er werd een nieuwe schuur van 21 x 13 meter gebouwd waarin de kippen gelost en geslacht konden worden. In de oude slachterij werden de kippen panklaar gemaakt. De kippen werden vanaf die tijd automatisch gesorteerd en in plastic zakken verpakt. Als omverpakking verscheen voor het eerst de kartonnen doos. Voor het transport naar Harthoorn, Barneveld, was een koelauto aangeschaft. Door de uitbreiding bedroeg de slachtcapaciteit nu 8.000 kippen per week.In 1969 overleed Catharina van der Meer-Buwalda. Bij nacht en ontij had ze tot dan toe het inwendige van de mensen op de slachterij verzorgd. Het was een opgave om zowel gastvrouw voor het bedrijf te zijn als moeder van haar gezin.

In 1972 werd voor exportslachterijen de E.E.G. keuring verplicht. Ook de verordeningen voor de inrichtingseisen van slachterijen bracht de nodige veranderingen en noodzakelijke investeringen met zich mee. Niets bleek in die tijd te voldoen aan de eisen. Ook opslag van de geslachte kippen voldeed niet. Er werd dan ook geinvesteerd in een vrieshuis met vriestunnel. Spraken we in 1935 nog van honderden guldens en in 1960 van duizenden guldens, nu werd er over miljoenen gesproken. Toch konden we met deze investering weer aan de benodigde vergunningen en eisen voldoen. De produktie steeg door de opslagcapaciteit tot circa 2.500 kippen per dag.

In 1976 werd de firma uitgebreid met Bote, Hyl en Louis van der Meer. In 1976 werd de firma omgezet in een Besloten Vennootschap, en trok Wytse van der Meer, inmiddels hertrouwd met Sjoerdje Boersma, zich terug uit het bedrijf.

In 1977 werden de eerste plannen voor een in 3 fasen compleet nieuw te bouwen slachterij die volledig aan de toen geldende EEG regels voldeed uitgestippeld. Deze plannen werden in 1978 werkelijkheid. Als eerste fase werd een compleet nieuwe slachterij “om en over” de bestaande slachterij heen gebouwd. Met wat provosorische oplossingen kon het slachten door blijven gaan.

Eind 1978 kwam Wytse van der Meer te overlijden. Hij heeft helaas de voltooiing niet mogen meemaken.

In het voorjaar van 1980 is de nieuwe slachterij in gebruik genomen, met compleet nieuwe slachtlijn en slachtmachines. Dit vergde nogal wat gewenning, omdat deze slachtlijn de andere kant op liep. Als tweede fase volgde in 1980 een nieuw gebouw voor de inpakkerij. Als derde fase werd het oude woonhuis verbouwd tot winkel en kantoor. In totaal kwam het hele gebeuren op circa 2,8 miljoen gulden uit, duizend keer zo veel als waarvoor Wytse destijds het pand gekocht heeft.

In 1985 werken er 35 mensen op de slachterij en worden er circa 12.000 kippen per dag geslacht. De geslachte kippen worden in diverse variëteiten en merken naar landen over de hele wereld geëxporteerd.

In 2007 en 2009 heeft een grote verbouwing plaatsgevonden en is er een nieuwe productieruimte en kantine/hygiënesluis gerealiseerd.

In 2011 is er ten behoeve van het dierenwelzijn van de leghennen een grote loshal gebouwd, waar de kippen worden gestald, voordat ze worden geslacht. De kippen zijn daarbij beschermd tegen alle (extreme) weersinvloeden.

Anno 2015 bestaan we 80 jaar en is het bedrijf in handen van de 3e generatie van de familie Van der Meer en werken er 42 enthousiaste medewerkers. Door verregaande automatisering worden er inmiddels dagelijks circa 25.000 kippen geslacht. Ook worden de kippen nu verder opgedeeld (valorisatie) en verder verwerkt tot een breed scala aan soepkipproducten.

De huidige slachterij (2015):

Huidige slachterij (2015)

Zijgevel aan de kanaalzijde...

Volg ons ook op Facebook!

Top